Recht op betaald verlof tijdens ziekte

03-11-2022

In een Europese richtlijn is bepaald dat werknemers binnen de EU recht hebben op vakantie met behoud van loon gedurende ten minste vier weken per jaar. Deze minimumperiode van de jaarlijkse vakantie met behoud van loon mag niet door een financiële vergoeding worden vervangen, behalve bij beëindiging van het dienstverband. Volgens de Nederlandse wet heeft een werknemer die door ziekte niet kan werken, gedurende 104 weken ten minste recht op 70% van zijn loon.

Het Hof van Justitie EU heeft prejudiciële vragen beantwoord over dit voorschrift in het geval van langdurige arbeidsongeschiktheid van een werknemer. De procedure betreft een werknemer van de Belastingdienst. Volgens het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) heeft een rijksambtenaar recht op verlof met volledige betaling van zijn loon. Gedurende het tweede jaar van arbeidsongeschiktheid heeft een rijksambtenaar recht op 70% van zijn loon. Het ARAR bepaalt dat een arbeidsongeschikte rijksambtenaar gedurende het tweede ziektejaar recht heeft op 100% van zijn loon voor de uren dat hij passende arbeid heeft verricht of zou hebben verricht indien die arbeid hem zou zijn aangeboden. Over de periode van vakantie in het tweede ziektejaar ontving de werknemer van de Belastingdienst minder dan 100% van zijn reguliere loon. De Rechtbank Overijssel heeft aan het Hof van Justitie EU de vraag voorgelegd of dit in overeenstemming met het Europese recht is.

Volgens het Hof van Justitie EU kan het recht van een werknemer op een minimale jaarlijkse vakantie met behoud van loon niet worden beperkt op de grond dat hij wegens ziekte zijn verplichting tot het verrichten van arbeid niet kon nakomen. Wanneer het loon, dat uitbetaald wordt tijdens de jaarlijkse vakantie, lager ligt dan het normale loon, wordt de werknemer er wellicht van weerhouden zijn jaarlijks betaald verlof op te nemen.

Het Hof van Justitie EU stelt vast dat de werknemer in deze procedure tijdens zijn vakantie in dezelfde economische positie verkeerde als tijdens de periode waarin hij heeft gewerkt. Toch meent het Hof van Justitie EU dat zijn recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon afhankelijk wordt gesteld van de verplichting om gedurende die periode voltijds te hebben gewerkt. Het loon tijdens de vakantie is immers lager dan wanneer de werknemer gedurende de voorafgaande periode niet arbeidsongeschikt was geweest.

Omdat arbeidsongeschiktheid in beginsel een omstandigheid is die onvoorzienbaar en onafhankelijk van de wil van de werknemer is, is het Hof van Justitie EU van oordeel dat werknemers die tijdens de referentieperiode arbeidsongeschikt waren voor het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon in een vergelijkbare positie verkeren als werknemers die in die periode daadwerkelijk hebben gewerkt.

Het arrest van het Hof van Justitie EU houdt in dat het loon van een arbeidsongeschikte werknemer tijdens zijn vakantie niet mag worden gekort ten opzichte van het reguliere loon van de werknemer.

Recente nieuwsartikelen

Regelgeving scheuren grasland

Internetconsultatie aanpassing kavelruilvrijstelling overdrachtsbelasting

Omvang administratie- en bewaarplicht ondernemers

Moeten alle op de zaak betrekking hebbende stukken worden opgestuurd?

Fiscale migratie: waar is thuis?

Herinvesteringsreserve voor afsluitvergoeding niet mogelijk

Fiscaal kat-en-muisspel

Supermarktsaga: een rammelende kas

Omvang terbeschikkingstelling

Verblijfkosten internationaal transport

Belastingdienst houdt administrateur ten onrechte aansprakelijk voor belastingfraude van bv

Wijziging civiel bewijsrecht

Toepassing bedrijfsopvolgingsregeling na splitsing concern

Evaluatie landbouwvrijstelling

Naheffing parkeerbelasting terecht opgelegd?

Wetsvoorstel Toezicht gelijke kansen bij werving en selectie geldt niet voor kleinere werkgevers

Navordering omdat meer dan 100% van de negatieve inkomsten uit de eigen woning is aangegeven

Renteroulette: gekibbel om een lening van de bv

Hoe een foutje in een managementovereenkomst de inspecteur bijna in de kaart speelde

Opgave uitbetaalde bedragen aan derden bij toepassing verleggingsregeling btw

Verdubbeling onroerendezaakbelasting: mag dit zomaar?

Hof Den Bosch stelt prejudiciële vragen over vergoeding van immateriële schade

Werkelijk behaald rendement box 3 niet inzichtelijk gemaakt: geen rechtsherstel

Verzoek vaststelling TEK kan worden ingediend

Te hoge teruggaaf btw en vertrouwensbeginsel

Geen grondslag voor demotie werknemer

Openstelling SDE++ 2024

Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding in consultatie

Tijdstip opleggen aanslag schenkbelasting

Portemonneevrij pauzedrankje belast tegen laag btw-tarief

Administratiebureau C.O. Steeman kenmerkt zich door korte lijnen, duidelijkheid, flexibiliteit en een uitstekende service.

Onze kracht:

  • Maatwerk
  • Jarenlange ervaring
  • Betrouwbaar
  • Kennis van de markt
  • Accuraat
© 2023 Administratiebureau Steeman