Vastgoedaandelen en btw
06-07-2023
Binnen de huidige wetgeving bestaat de mogelijkheid om nieuwe onroerende zaken via een aandelentransactie over te dragen zonder dat btw of overdrachtsbelasting verschuldigd is. Er wordt dan gebruik gemaakt van de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij overdracht van onroerend goed en er is ook geen omzetbelasting verschuldigd over de levering van aandelen. In het geval dat de afnemer de anders berekende omzetbelasting niet kan terugvorderen betekent dit een groot voordeel.
Wettelijk uitgangspunt is echter dat er btw verschuldigd is bij de levering van nieuwe onroerende zaken. Om de vrijstelling te bestrijden heeft het kabinet een conceptwetsvoorstel gemaakt waarmee de vrijstelling die samenloop van btw en overdrachtsbelasting voorkomt. De wet wordt zodanig gewijzigd dat de verkrijging van nieuwe onroerende zaken via aandelen niet is vrijgesteld van overdrachtsbelasting. De afgelopen periode heeft het kabinet een internetconsultatie georganiseerd.
De inbreng vanuit de vastgoedsector heeft het kabinet nader inzicht gegeven in de manier waarop de sector werkt en hoe complexe en vaak langlopende projecten worden geraakt door het wetsvoorstel. De sector heeft aangegeven het belang van het voorstel te begrijpen en heeft enkele specifieke punten opgemerkt waar het kabinet het wetsvoorstel nu op heeft aangepast.
Zo blijft onroerend goed dat gedurende twee jaar na het verkrijgen voor 90% of meer gebruikt wordt voor activiteiten ter zake waarvan btw verschuldigd is buiten de toepassing van de nieuwe maatregel. Daarnaast wordt het overdrachtsbelastingtarief van de nieuwe maatregel maximaal 4%. Hierdoor komt de samengestelde belastingdruk veelal uit op ongeveer 21%, dit is gelijk aan het belastingtarief dat wordt geheven bij nieuw vastgoed.
Ook wordt overgangsrecht ingevoerd voor lopende projecten. Het overgangsrecht gaat gelden voor projecten waar vóór de indieningsdatum van het wetsvoorstel in ieder geval een intentieverklaring is ondertekend. Voor die projecten geldt het wetsvoorstel dus niet en blijft de huidige wetgeving van toepassing.
Het wetsvoorstel wordt nu verder uitgewerkt en loopt mee met het Belastingplan 2024. Dit betekent dat het nieuwe wetsvoorstel op Prinsjesdag 2023 wordt ingediend bij de Tweede Kamer. De voorgenomen inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2025.
Recente nieuwsartikelen
Tweede Kamer wil veel aanpassingen in Belastingplan 2024
Conclusie A-G over belastingheffing in box 3
Aanpassingen kindgebonden budget
Fiscale klimaatmaatregelen glastuinbouw
Algemeen btw-tarief op agrarische goederen en diensten
Verruiming vrijstelling OV-abonnementen en voordeelurenkaarten
Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)
Verruiming herinvesteringsreserve
Verlaging energie-investeringsaftrek
Afschrijvingsbeperking gebouwen
Verhoging vrijstelling reiskostenvergoeding
Zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling 2024
Voorlopig ontwerp Wet werkelijk rendement box 3
Geen vergoeding verletkosten als zitting niet persoonlijk is bijgewoond
Verplicht vanggewas na snijmaïs in NV-gebieden
Energielijst 2023 tussentijds uitgebreid
Kamerbrief inhoud Belastingplan 2024
Verhoging brandstofaccijns per 1 januari 2024
Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed
Toestemming ontslag te vroeg gevraagd voor compensatie transitievergoeding
Terugvragen in ander EU-land betaalde omzetbelasting
Besluit belastingplicht van stichtingen en verenigingen